Metro interview
Je moet een sound maken die niet Belgisch klinkt
Koala is in vier jaar tijd uitgegroeid van een eenmansproject tot een zeskoppige band en hun eerste plaat ligt al een paar maanden in de winkel. Hun muziek houdt het midden tussen triphop en rock, al omschrijven ze hun stijl liever als sexy, visueel en dromerig. Metro legde zijn oor te luisteren bij het brein achter de groep, Carlos Dyckmans.
Hoe hebben jullie het klaargespeeld om een cd uit te brengen?
We hebben alles zelf gedaan: producen en opnemen in een kleine home studio, en de plaat is uitgebracht in eigen beheer. Ze ligt nu zo'n drie maanden uit en we hebben al 500 exemplaren verkocht. Dat is de helft van onze oplage, dus we zijn tevreden. Het is belangrijk om een sound te maken die niet Belgisch klinkt, maar ook om een manager te vinden. Het is erg moeilijk om jezelf te verkopen, en een muzikant die zijn eigen muziek verkoopt komt vaak arrogant over. In het begin is dat wel niet slecht want zo kan je uit je fouten leren, maar je doet het best niet te lang zelf.
Kan je in Belgiƫ echt bekend worden?
Het is zeker niet gemakkelijk, maar het is natuurlijk een voordeel dat het zo'n klein land is. Het is vooral belangrijk dat je muziek op de radio wordt gespeeld. Gelukkig staat Belgiƫ wel open voor artistieke muziek. Koala probeert niet mee te draaien met de muziek van het moment, door genres te combineren hopen we geen eendagsvlieg te zijn. Het is mijn droom om ooit eens muziek te maken voor een film, maar ik zou ook graag andere band producen en clips maken. En ik zou graag op Roskilde optreden.
Waarom hebben jullie voor Koala gekozen als groepsnaam?
De naam heeft niks met het beest te maken. We waren op zoek naar een krachtig woord dat een dromerige sfeer opriep. Koala's eten trouwens eucalyptusbladeren en daar wordt je behoorlijk stoned van. Onze muziek situeert zich ook in een trippy-sfeer, al hebben we zelf geen drugs nodig om muziek te maken.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten